Timo, de Luchtmobiele Brigade

Rode baret

Timo Angenent (1978) is in Utrecht geboren als zoon van Marc Angenent (1955) en Heleen Vuijk (1956). Hij is getrouwd met Barbera van Dam en heeft twee kinderen. Timo heeft deel uitgemaakt van de Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke Landmacht van 1996 – 2001.

De Luchtmobiele Brigade is opgericht in 1992 als een snelle inzetbare eenheid voor internationale operaties. Drie jaar na de val van de Berlijnse muur. In 2003 kreeg de brigade de operationele gereedheidstatus op brigade niveau (3000 – 4000 militairen).

Het embleem is een slechtvalk met 2 gekruiste zwaarden op een bordeaux ondergrond. Bordeaux verwijst naar de Britse traditie om luchtlandingstroepen een rode baret te geven. De letters EM betekenen Expeditionaire Macht en komen uit een oud embleem van de eenheid die geformeerd was voor de bevrijding van Nederlands-Indië.

De rode baret is het internationale herkenningsteken van paratroepen en luchtlandingstroepen.

Motto: Nec temere nec timide – noch roekeloos noch vreesachtig.

Missies o.a.: Bosnië, Eritrea, Irak, Afghanistan, Mali.

De opleiding duurt 6 maanden en is een van de zwaarste opleidingen in Nederland. De beloning is de rode baret. Timo zegt: “Ik ben er vooral trots op dat ik tot ‘best man’ van deze lichting ben uitgeroepen als jongen van 17 (of net 18). En mijn eindoefening (150 km verplaatsen met 30 a 40 kg in 4 dagen met allerlei oefeningen en opdrachten tussendoor) in de winter van de Elfstedentocht. Het was erg koud.”

Het was in deze winter dat Henk Angenent de Elfstedentocht won.

Gelegerd geweest in de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Na de opleiding is Timo paraat geplaatst bij het 12e bataljon, Alpha-compagnie, 2e peloton. Timo: “Vrijwel direct werd ik daar weer weggehaald om mee te doen aan de voorbereidingen voor de Multinational Division Skills competition. Een wedstrijd voor Europese eenheden die hieronder vielen. We werden maximaal getraind en gedrild op materiaalherkenning, conditie, navigeren bij dag en nacht, wapenoefeningen en schieten (bijv. geblinddoekt diverse Europese en Russische wapens uit elkaar halen en in elkaar zetten). Deze periode vond ik haast nog intensiever dan de opleiding. We zijn uiteindelijk 2e geworden. Het 13e Luchtmobiel bataljon uit Assen 1e.”

Paraat zijn is verder vooral oefenen. Koudweertraining, warmweertraining en oefenen op verschillende niveaus van groep (circa 6 man) tot bataljonsniveau (circa 400 man). Mijn oog viel al snel op het verkennerspeloton dat bij de stafcompagnie van het 12e bataljon hoorde. Deze jongens waren ‘’anders’, ze mochten eigen spullen aanschaffen en dragen, deden speciale cursussen zoals duiken, abseilen, fastropen (snel afdalen) uit helikopters en parachutespringen met bepakking en bij nacht. Ze werden vóór inzet van het bataljon vooruitgestuurd in hele kleine groepjes om te verkennen achter vijandelijke linies. Dat wilde ik natuurlijk ook. En dat lukte.

Met het verkennerspeloton uitgezonden naar Bosnië (Šišava) in 1999 als SFOR 6. SFOR staat voor Stabilisation Force. Met de verkenners gingen we vooral op zoek naar wapendepots, lokale criminelen in de gaten houden of de terugkeer van vluchtelingen begeleiden. Ik heb een keer drie dagen op een heuvel gelegen om een bruiloft te observeren waar verdachte activiteiten werden vermoed. Dat moesten we dan doorgeven.

Na zijn Luchtmobiele periode heeft Timo zijn Master Geschiedenis Internationale Betrekkingen gehaald bij de Universiteit van Utrecht en werkt hij nu als Senior adviseur Informatiemanagement bij Bedrijfsvoering eenheid Bommelerwaard (BVEB).