De gravinnen Manderscheid – Blankenheim

Burcht Manderscheid

De gravinnen Manderscheid waren doopgetuigen bij de kinderen en kleinkinderen van Jan Aengenendt.

Maria Eugenia gravin van Manderscheid-Blankenheim abdis van Elten kende Jan persoonlijk.

Zij is geboren op 31 augustus 1679 in Blankenheim – Gestorven op 15 oktober 1727 in Elten. Ze werd 48 jaar. Dochter van Salentijn Ernst van Manderscheid-Blankenheim en Juliana Christine van Erbach.

Lakzegel-Maria-Eugenis-Manderscheid
De lakzegel van Maria Eugenia Manderscheid

Gravin Maria Eugenia was doopgetuige en meter van drie van de zeven kinderen van Jan Aengenendt en zijn vrouw Anna Maria Holtermans. Waarom wilde een adellijk persoon getuige zijn bij de doop van de kinderen van Jan Aengenendt?

Gravin Maria Eugenia kwam uit een adellijk geslacht met bezittingen in de Eifel en Luxemburg. In het Duitse plaatsje Manderscheid is de ruïne van hun familieburcht Manderscheid nog te zien. Door erfenissen kwam daar o.a. nog Heerlijkheid Blankenheim bij. In 1780 sterft de tak Manderscheid-Blankenheim uit.

Burcht Manderscheid
Burcht Manderscheid

In Elten, 300 km ten noorden van Manderscheid, laat Wichman IV van Hamaland (geen familie van Maria Eugenia Manderscheid-Blankenheim) in 967 zijn houten burcht Elten ombouwen tot een uit steen opgetrokken Kanunniken Stift. Zijn dochter Liutgard werd de eerste abdis (vrouwelijke leider). Toen keizer Otto II het stift onder zijn bescherming plaatste (973) werd Stift Elten een rijksstift en kreeg daardoor wereldlijke bestuursbevoegdheden over het gebied Elten. De abdis was alleen verantwoording schuldig aan de keizer. Het Stift werd een kleine staat op zich met recht om belasting te heffen en recht te spreken.

Het Stift was ongeveer het gebied rondom Elten en Hoch-Elten met rondom de huidige Nederlandse grens. In verschillende perioden kwam het gebied in verschillende handen terecht. In 1585 moesten de kanunnikessen vluchten vanwege de 80-jarige oorlog naar Emmerich. In 1595 werd Elten bezet door Spanjaarden. In 1613 begon men met de opbouw van het Stift na diverse verwoestingen. In 1618 was er de 30-jarige oorlog en 12 jaar later werd weer begonnen met de wederopbouw. Vanaf 1701 komt het Stift onder heerschappij van het Koninkrijk Pruisen. Tijdens het bewind van Napoleon werd in 1811 het Stift opgeheven.

Stift-Elten
Stift Elten

Maria Eugenia was behalve gravin ook abdis. Een abdis is een vrouwelijke kanunnikes van hoge adellijke afkomst. Ook wel juffer genoemd. Zij leidde niet alleen de Rooms-Katholieke abdij maar was ook de hoogste wereldlijke bestuursambtenaar van het gebied.

Maria Eugenia werd al op haar 8ste (1688) benoemd tot kanunnikes. Ze werd binnen het Stift Elten opgevoed en opgeleid. Ze kon in principe vanaf haar 25ste de abdis verlaten om een gezin te stichten, wat Maria Eugenia nooit heeft gedaan.

Op 38-jarige leeftijd op 11 februari 1717 werd ze benoemd tot de 25ste abdis van het Stift Elten. Ze volgde daarmee haar zuster Anna Juliana Helena op. Na haar overlijden in 1727 volgde haar andere zuster Maria Eleonora Ernestine haar op. Het gravengeslacht Manderscheid-Blankenheim leverde ruim een eeuw lang vijfmaal onafgebroken abdissen van 1674 tot 1784 aan het Stift in Elten.

De Kanunnikessen leidden allesbehalve een eenzijdig leven. Ze stamden af van de meest vooraanstaande Europese families en getuigden van een grote belezenheid of geleerdheid. Cultuur, muziek en literatuur namen een belangrijke plaats in in hun leven. Het waren vrouwen die de mooiste gewaden droegen en die hun vrouwelijkheid en elegantie volop tentoonspreidden. Door de eeuwen heen groeide hun macht en rijkdom.

Twee jaar na de benoeming van Maria Eugenia, in 1719, werd een groot deel van het dorp Elten verwoest door een brand. De schade is zo groot dat in 1720 besloten werd om een groot houtvlot uit Duitsland te laten komen om de verbrande woningen weer op te kunnen bouwen.

De huidige Sint-Vituskerk is van oorsprong de in 967 gebouwde Kanunniken kerk. De kerk is meermalen beschadigd of verwoest en opgebouwd. Een belangrijke grote herbouw vond plaats in de jaren 1670-1677 dankzij een grote schenking van abdis Maria Sophia van Salm-Reifferscheid. De helft van het oorspronkelijke gebouw bleef intact. De kerk is gelegen op het hoogste punt van de circa 80 meter hoge Eltenerberg.

Op de website https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Stiftskirche_St._Vitus_ (Hochelten)#mw-subcategories zijn vele foto’s te zien van de kerk.

Tegen de muur van de kerk vinden we de gebroken grafsteen van Maria Eugenia.

De grafsteen van Maria Eugenia

De uit het Latijn vertaalde tekst op de steen is:

De doorluchtige & hoogeerwaarde princes en vrouwe Maria Eugenia Abdis in Elten & Vreden, geboren gravin van Manderscheid Blankenheim Vrouwe in Jünckerath, Dhaun-Erp & Gerolstein. Gekozen op 11 februari 1717 overleden op 15 oktober in het jaar des Heren 1727 op de leeftijd van 48 jaar.

Het wapen van Maria Eugenia

Sint Vitus kerk in 1949

Wie de heilige Vitus was is te lezen op de website: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vitus

Zone’s

Een abdij kun je onderverdelen in 3 zones:

  1. Kloosterzone: hier leven de monniken en staan de religieuze gebouwen.
  2. Landbouwzone: hier bevinden zich de velden, stallen, ziekenkamers, en alles wat nodig is voor de kanunnikessen.
  3. Invloedszone: de zone in het omliggende gebied waarin de abdij invloed uitoefent.

Lees hier verder over kanunnikessen.

De lijst van alle abdissen van het Stift Elten.

Lees ook: Jan Aengenendt en de drie gravinnen.