Geschiedenis achternamen

Geschiedeni achternamen

Voor de invoering van de Burgerlijke stand (1811) bestonden er al achternamen, maar niet officieel geregistreerd. In de vijfde eeuw na Christus hadden de Germaanse volken, zoals de Franken, Friezen en Saksen een éénnaamsysteem, waarbij één naam volstond en waarbij bijna iedereen een verschillende naam kreeg. In de Middeleeuwen werd het éénnaamsysteem vervangen door het tweenamensysteem, bestaande uit de voor en toenaam. Dit kwam mede door de bevolkingsgroei en de ontwikkeling van steden. Het zijn vooral kerken geweest die voor 1811 gegevens noteerden zoals naam, geboorte en overlijden.

Dit éénnaamsysteem was ontstaan uit het patroniemensysteem. Een patroniem of vadersnaam geeft aan hoe de vader van de naamdrager heet en is dus afgeleid van de naam van de vader. Bekende voorbeelden hiervan zijn: Willemsen (sen = zoon), Janssen (Janszoon), Pietersen (Pieterszoon). Omstreeks 1800 was het patroniemensysteem nog volop in gebruik, om uiteindelijk te worden opgeheven tijdens de invoering van de burgerlijke stand.

In Oost-Nederland werd dikwijls de naam van de boerderij ‘toponiem’ waar men woonde aangenomen en verder werden ook eigenaardigheden zoals een bepaalde kenmerk of een beroep aangeduid als achternaam. Zo zijn er nog steeds bekende achternamen zoals: de Lange, De Groot of Bakker.

De langste naam in Nederland is Van den Heuvel tot Beichlingen, gezegd Bartolotti Rijnders. Foto links: Theresia Sophia van den Heuvel tot Beichlingen, gezegd Bartolotti Rijnders, 1889-1977. De naam is een vier dubbele naam. Extra delen werden toegevoegd als een adellijk goed of nieuwe heerlijkheid aan het bezit van de familie werden toegevoegd. Op deze manier konden zeer lange ritsen van twee, drie of zelfs vier achternamen zich clusteren tot één naam. De naam bestaat uit vier aparte delen die hieronder verklaard worden:

  • Van den Heuvel, duidend op een heuvel of verhoging waaraan gewoond wordt.
  • Tot Beichlingen, duidend op bezittingen in Beichlingen (Dtsl).
  • Gezegd, tussenvoegsel bedoeld om aan te geven dat een familie onder meerdere namen bij instanties bekend was.
  • Bartolotti, Italiaanse naam. Willem van den Heuvel tot Beichlingen, rond 1617 opdrachtgever voor de bouw van het Huis Bartolli in Amsterdam, voerde de naam van zijn oom Giovanni Bartolotti.
  • Rijnders, patroniem, zoon van Rijn-(hart/aart).

Bij de invoering van het burgerlijk wetboek, ‘Code Civil ‘, werden de regels voor de burgerlijke stand opgesteld en werd het verplicht om geboorte, huwelijk en overlijden officieel te laten registreren bij het gemeentesecretariaat. Gedurende de periode 1811 – 1812 kon men bij de gemeente  officieel een familienaam bevestigen of aannemen, maar in de praktijk werd dat niet zo heel veel gedaan. Veel mensen die al generaties lang dezelfde familienaam hadden, vonden dit niet zo noodzakelijk.

Achternamen kunnen in de volgende groepen worden onderverdeeld:

Afstammingsnamen.

  • Vadersnamen (patroniem): Pietersen (zoon van Pieter).
  • Moedernaam (metroniem): Ontstaan uit de voornaam van de moeder.
  • Overige verwante namen, zoals Ooms, De Neef.

Geografische namen, toponiemen.

  • Duiden plaats of streek van herkomst aan, b.v. een boerderij waar men woonde. Een voorbeeld van het benoemen van een plek of streek is onze eigen familienaam: aan de Ent. Het kan betekenen aan het einde van de bewoonde wereld, buiten de bebouwde kom, buiten het dorp.
  • De achternaam van de heer die men diende: van Tilburg, van Velzen.

Beroepsnamen.

  • Het beroep wat men uitoefende: Feenstra (werken in het veen), Smid, Visser.

Eigenschapsnamen.

  • Lichamelijke of geestelijke kenmerken: De Lange, De Groot, de Kleine.
  • Diernamen: de Vos, de Leeuw, de Hond, Kat.

Lees de hele geschiedenis op Historiën.